H. Bernadettekerk

Op 28 augustus 1965 werd in de nieuwe wijk Steenvoorde de Bernadettekerk door de bisschop van Rotterdam gewijd. Het was de tijd van massaal kerkbezoek. Bijna 900 zitplaatsen telde de kerk en er waren meerdere missen op zondag. Maar de tijden veranderden. De Benedictuskerk aan de Huis te Landelaan werd in 2003 gesloten en bij de Bernadettekerk gevoegd. Het kerkgebouw was te groot voor gebruik en na ruim 40 jaar was het technisch aan heel groot onderhoud toe. Kortom, tijd om de bakens te verzetten en het gebouw aan te passen aan de eisen van de tijd. Na langdurig overleg besloot het parochiebestuur daartoe in 2007. Architecten konden aan de slag, een ontwerp moest worden gekozen in overleg met het bisdom Rotterdam, en een aannemer geselecteerd. Parochiebestuur, pastores, architect en bisdom hebben gestreefd naar een gebouw dat op een moderne manier sacraal en inspirerend is.

HH. Benedictus en Bernadettekerk

Op zondag 11 april 2010 werd de Benedictus en Bernadettekerk aan de Sir Winston Churchilllaan in Rijswijk heropend. Het nieuwe altaar is op deze dag gewijd door monseigneur A.H. van Luyn sdb, bisschop van Rotterdam.

Na een grondige vernieuwbouw heeft de kerk uit 1965 een totale metamorfose ondergaan. De kerkzaal telt ongeveer 300 zitplaatsen in vaste opstelling, eventueel uit te breiden tot 400. Naast de kerkzaal – afgescheiden door een zogenaamde narthexwand – zijn diverse ruimten: een kleine kerkzaal, een keuken met parochiezaal voor vergaderingen en dergelijke en een ruimte die Lupine Uitvaartverzorging beheert en als rouwzaal kan worden gebruikt voor het opbaren van een overledene. In de lage ombouw zijn diverse werkruimten ondergebracht zoals pastoreskamer, open huis, sacristie, opslagruimte, ruimte voor de verwarming en luchtbehandeling.

De kleine kapel is toegewijd aan de heilige Jeroen. Hier staat het altaar uit de in 2010 gesloten Jeroenkerk in Den Haag Spoorwijk. Hier vindt men ook de Mariakapel en een deel van het raam uit de voormalige doopkapel van de Bernadettekerk.

Kerkzaal

De nieuwe grote kerkzaal kent veel symboliek. Ten eerste de plaatsing van de stoelen in een halve cirkel: dit verwijst naar de kerk als Volk van God dat zich verzamelt rondom het altaar voor de viering van de heilige Eucharistie en de ambo (lessenaar) voor de lezingen uit de Bijbel en de verkondiging van het geloof. Het altaar en de ambo staan gezamenlijk midden in het liturgisch centrum. Hiermee wordt het belang aangegeven van zowel de viering van de Eucharistie als van de Bijbel als Woord van God.

In de narthexwand zitten veertig sleuven tussen de panelen. Dit is een verwijzing naar twee Bijbelteksten: de tocht van veertig jaar van de Israëlieten door de woestijn, en naar de veertig dagen dat Jezus vastte. In de wand zitten zeven ramen, verdeeld over een groep van drie en een groep van vier. Dit verwijst naar de zeven dagen van de schepping, de Drieëne God, en de vier evangelisten (Marcus, Mattheüs, Lucas en Johannes). De knik in de zijkant van het altaar en de lessenaar, en in de stoel van de voorganger, verwijst naar de het zo kenmerkende dak van deze kerk (een V vorm). Het golvende plafond geeft een gevoel van ruimte naar omhoog, een verwijzing naar de hemel.

Het beeld van de heilige Benedictus links achter het altaar is afkomstig uit de in 2003 gesloten en in 2004 gesloopte Benedictuskerk. Het staat op een stenen zuil met daarin de vier evangelisten. Het Mariabeeld rechts achter het altaar komt van de in 2010 gesloten Gerardus Majellakerk in Den Haag Laakkwartier en verwijst naar de verschijning van Maria waarvan Bernadette van Soubirous getuige was.

 

Wie was Benedictus?

Feestdag: 11 juli. Benedictus werd geboren in het jaar 480 te Nursia in Umbrië, als tweelingbroer van de heilige Scholasica. Zijn ouders stuurde hem na de schoolperiode voor zijn verdere studies naar Rome. De hoogbegaafde student maakte zijn studie echter niet af. In Rome trok hij veel leerlingen aan, voornamelijk herders, die in ruil voor onderricht hem verzorgden.

Toen Benedictus gevraagd werd het klooster Vicovaro te leiden, probeerden kluizenaars hem te vergiftigen omdat hij het kloosterleven aldaar wilde ordenen. Teleurgesteld verliet hij na enige tijd Subiaco. Na verloop van tijd vestigde hij zich in 529 met een paar volgelingen op de Montecassino, waar hij een klooster stichtte dat vermaard zou worden. Hier schreef hij zijn ‘regula Benedicti’. Daarom kreeg hij de naam ‘vader van het avondland’.

Reeds in het jaar 589 bestond er een benedictijnenklooster in Lateranen (Rome). Een van zijn monniken uit dat klooster werd in het jaar 590 paus Gregorius I de Grote. Benedictus stierf op 21 maart 547 (Witte Donderdag). Na zijn dood werd de abdij door de Longobarden vernield. Zijn gebeente werd op 11 juli 673 naar Saint Benoit sur Loire overgebracht. In 1964 werd hij door paus Paulus VI uitgeroepen tot patroon van Europa.

Zie ook: Heiligen.

 

Wie was Bernadette?

Bernadette werd op 7 januari 1844 in Lourdes, niet ver van de grens met Spanje, geboren. Zij was steeds ziek en ze groeide op in bittere armoede in een oude molen. Reeds van kindsbeen af vertoonde Bernadette een bijzondere vroomheid.

Op 11 februari 1858, ze was pas veertien, was ze met andere meisjes hout aan het sprokkelen. Het astmatische meisje moest bij de snellere meisjes achterblijven toen plotseling een geruis opkwam. Bernadette schrok hevig en zag opeens, op enige meters van haar verwijderd, in de grot van Massabielle, de struiken hevig bewegen. Een vrouwengestalte van grote schoonheid in een lang wit kleed en in de handen een rozenkrans verscheen in een goudschijnende wolk.

De ‘Dame’, zoals Bernadette de vrouw steeds noemde, maakte zich bekend als de Onbevlekt Ontvangene. Maria verscheen aan haar tussen 11 februari en 16 juli achttien keer. Paus Pius IX had reeds in het jaar 1854 het dogma afgekondigd dat Maria de Onbevlekt Ontvangene is. Bernadette kon dit echter nooit geweten hebben.

In de maanden die zouden volgen werd het meisje door de inwoners bespot en belachelijk gemaakt en haar ouders begrepen hun dochter niet. Telkens weer werd zij door de prefect en de dorpspastoor ondervraagd. Vaak kwam dit omdat Bernadette de Dame niet begreep. Maria vraagt ook aan Bernadette bij de grot een kerk te bouwen en processies te houden naar die plaats terwijl men de rozenkrans bidt.  Bernadette leefde in deze periode onder moeilijke omstandigheden (ziekte en onbegrip).

Pas toen de eerste wonderen gebeurden zag de pastoor het bijzondere van deze gebeurtenis in. De bisschop van Tarbes stelt een onderzoek in naar het gebeurde en verklaart vier jaar later dat de verschijningen een bovennatuurlijk karakter dragen. Na de laatste verschijning op 16 juli, leefde Bernadette weer als een normaal meisje en probeerde weer een gewoon leven te leiden.

Graf van Bernadette in Nevers

Door de stroom pelgrims die het dorpje kwamen bezoeken, besloot zij in Nevers in het klooster te gaan. Binnen de kloostermuren mocht zij echter met geen woord spreken over hetgeen in Lourdes gebeurd was. “Wat doe je met een bezem als je hem niet meer nodig hebt?” vroeg zij aan een medezuster. Deze antwoordde haar: “dan zet je hem achter de deur!” “Juist”, zei Bernadette, “ik ben een bezem”. Voor haar dienstwerk had Maria dit kleine meisje uitgekozen om gehoor te geven aan haar oproep. De mensen bleven naar Lourdes komen en zochten troost en bekering. De taak van Bernadette was vervuld.

Op haar sterfbed, op 16 april 1879, bad zij: “heilige Maria, moeder van God, bidt voor mij arme zondares”. Zij zag voordat zij stierf nog een keer die mooie Dame en sliep op 35-jarige leeftijd in. Paus Pius XI  (1922 – 1939) heeft Bernadette op 8 december 1933 heilig verklaard.

Zie ook: Heiligen.