Het kerkgebouw

De kerk is op een min of meer noord-zuidas georiënteerd. Het is een driebeukige basilicale kruiskerk opgetrokken in grauwe baksteen (kruisverband, knipvoeg) onder met leien gedekte zadeldaken waarop dakhuisjes. De kerk heeft tegen de noordelijke gevel een in grondplan vierkante, circa 75 meter hoge toren met spits. De toren wordt geflankeerd door twee vijfzijdige kapellen onder schilddaken met tegen de linkerzijde een ronde traptoren onder een kegeldak en tegen de rechterzijde een vierkante traptoren onder een lessenaardak. Het vijf traveeën lange schip eindigt in een transept met een vijfzijdige gesloten absis. De transeptarmen zijn in het grondplan nauwelijks geprononceerd, maar onderscheiden zich duidelijk als bouwvolume met hun in hoogte aansluitende nok op die van het kerkschip. De viering wordt bekroond door een opengewerkte toren met zinken opbouw en luidklokje onder een met koper afgedekte spits.

De kerk heeft spitsboogvormige vensters en spaarvelden met natuurstenen en gemetselde traceringen en roosvensters met een natuurstenen omlijsting. Ook verder is het gebouw gedecoreerd met natuurstenen elementen zoals de afdekking van de afzaten en delen van de archivolten. Onder de dakrand is een dwergboogfries aangebracht.

De toren heeft vier geledingen. Het onderste deel is de entreepartij met archivolten. Hierin is de rechtgesloten dubbele houten deur met beslag geplaatst onder een natuurstenen kalf waarboven een vierdelig spitsboogvormig bovenlicht geplaatst is. Boven de entreepartij een groot spitsboogvormig venster en een beeld van de Heilige Bonifatius. Daarboven drie gekoppelde spitsboogvensters en in het bovenste deel drie galmgaten. In de zijgevel van de toren zijn spitsboogvormige spaarvelden geplaatst en bovenin galmgaten. De vierde geleding wordt afgesloten met aan drie zijden een uurwerk. De met koper gedekte spits is iets ingesnoerd en heeft een windvaan.

De kapellen aan weerszijden van de toren hebben spitsboogvormige vensters tussen steunberen en aan weerszijden aangekapte eenlaagse bouwdelen waarin de entree onder een spitsboogvormig bovenlicht geplaatst is.

Het schip heeft zijbeuken waarin spitsboogvormige vensters tussen steunberen geplaatst zijn. Daarboven, ter plaatse van de middenbeuk zijn in de lichtbeuk ronde vensters tussen kleine luchtbogen geplaatst. Het transept heeft in de kopse gevels grote spitsboogvormige vensters met daarboven trapsgewijs oplopende spitsboogvormige vensters. In de lichtbeuk van de zijgevel zijn ronde vensters geplaatst.

In de absis zijn tussen steunberen spitsboogvensters geplaatst. Aan de oostzijde van de absis is de van spitsboogvensters voorziene sacristie gebouwd die aansluit op de pastorie. Tussen de kerk en de pastorie een als tussenlid gebouwde sacristie. Interieur Het schip is door kruisribgewelven overkluisd, die door alternerend door zuilen en bundelpijlers worden ondersteund. Boven de scheibogen bevindt zich een triforiumzone.

Het hoofdaltaar is van verschillende soorten marmer met bovenbouw uit 1907 vervaardigd door W. Mengelberg in eikenhout met beeldhouwwerk en gepolychromeerde beelden.

De kruiswegstaties van Th. Molkeboer uit 1908/1916 zijn uitgevoerd als tegeltableau’s met afbeeldingen waarbij taferelen uit het nieuwe en oude testament gecombineerd worden.

De sacristie heeft een balkenplafond, ingebouwde kasten, kluis met driepasmotief, deuren met briefpanelen, koperen lavabo.

Een groot deel van het oorspronkelijke interieur is tijdens de Tweede Beeldenstorm na het Tweede Vaticaans Concilie verdwenen. Glas-in-loodramen werden vervangen door simpele grijze ramen, de muurschilderingen werden met grijs overschilderd en de beelden, de preekstoel en de communiebanken werden uit de kerk verwijderd. De oorspronkelijke vloer en bankenplan zijn bewaard gebleven. In 2007/2008 werd de absis weer in oude luister hersteld en zijn nieuwe glas-in-loodramen geplaatst.

Waardering

De St. Bonifatiuskerk is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een kerkgebouw dat na herstel van de Bisschoppelijke Hiërarchie (1848) gebouwd is. Van architectuurhistorische waarde vanwege de voor de katholieke kerkbouw uit het eind van de 19de eeuw karakteristieke neogotische bouwstijl en als een in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering, gaaf bewaard voorbeeld van een kerkgebouw uit het oeuvre van Nicolaas Molenaar. Van ensemblewaarde vanwege de functionele verbondenheid met de pastorie en de eenheid in bouwstijl van deze beide onderdelen. De kerk heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging in het centrum van Rijswijk en de grote beeldbepalende waarde van de kerktoren.

Orgels

De kerk beschikt over drie orgels.

Het hoofdorgel is gebouwd door Kam & Van der Meulen in 1841 als een twee klaviers orgel met een aangehangen pedaal. In de loop der jaren zijn er diverse aanpassingen geweest zoals in 1958 door Jos H. Vermeulen. Het orgel kreeg een uitbreiding van rugwerk, zelfstandig pedaal en een elektro-pneumatisch tractuur. In 1998 voerde Jos Laus de laatste restauratie uit en onder andere kreeg de kas de huidige kleur.

Het koororgel Gradussen is gebouwd door de gelijknamige firma in 1880 voor de Sint Michaëlskerk in Dennenburg, men maakte gebruik van ouder materiaal. In 1951 is het orgel overgeplaatst en gewijzigd door firma Vermeulen. Het orgel werd voorzien van een vrij pedaal. Sinds 1983 staat het orgel in de Bonifatiuskerk te Rijswijk. Het orgel werd voorzien van een nieuwe orgelkas in neogotische stijl. In 1997/1998 breidde Jos Laus het orgel uit met een tweede klavier.

Het koororgel van Gebr. van Vulpen is gebouwd in 1957 voor de Heilige Jeroenkerk aan de Rosseelsstraat in Den Haag. Sinds 2010 staat het orgel in de Bonifatiuskerk in Rijswijk.

Geschiedenis

De oudste vermelding van een Rijswijkse parochie is teruggevonden in een akte uit 1267 en de eerste Pastoor waarvan we de naam kennen is Theodoricus (Heer Diderick). In 1299 werd hij vermeld als “Persona et rector ecclesiae”.Een Rijswijkse parochie met de naam “Bonifatius” komt het eerst voor in een akte van 1497. In de Oude kerk werd in dat jaar een Bonifatiusaltaar ingewijd.

De Watergeuzen namen bij toeval op 1 april 1572 De Briel in. December 1572 hebben de Katholieken van Rijswijk hun kerk moeten ontruimen. In februari 1573 werd de Katholieke eredienst door de Staten uit de openbaarheid verdreven. Bekend is dat de Katholieken uit Rijswijk terecht konden bij ambachtsheer Cornelis Suys. Hij liet in zijn woning “Buitenplaats Den Burgh de mis lezen. In de 17e en 18e eeuw konden de Katholieken terecht in de huiskapel van in “Huis te Werve”, waar op de zolderverdieping een huiskapel was.

Het duurde tot 1685 totdat Maria van der Wiele, vrouwe van Te Werve voor 1.900 gulden een boerderij aan het Binnenpad kocht (nu Julialaantje) . In deze boerderij verrees een kerkzaal of “kerkschuur” met daar tegenaan een woning voor de pastoor. In 1783 vroegen 128 roomskatholieke gezinshoofden aan de Staten van Holland toestemming om een eigen kerk te  bouwen.

Op 20 januari 1784 gaven de Staten toestemming om binnen het ambacht Rijswijk, vlak bij het dorp, op een “afgelegen en bekwame plaats”een kerk te bouwen en een priester aan te stellen. Als tegenprestatie moest de parochie wel voortaan de niet gereformeerden armen gaan onderhouden. Nog in hetzelfde jaar werd de schuilkerk gebouwd aan de toenmalige Zandweg, bekend onder de naam Herdershoeve. Dit was rechts van de huidige Bonifatiuskerk.

In 1855 was deze kerk veel te klein geworden. Ook werd er een nieuwe pastorie en het Liefde-Gesticht gebouwd. Rond 1890 namen de plannen om een nieuwe kerk te bouwen vaste vormen aan. Mede omdat het aantal Rijswijkers groeide en het aantal kerkgangers toenam. Jhr. P.M.G. von Fisenne en zijn vrouw Elise van der Kun stelde 25.000 gulden ter beschikking. In ruil werden voor hen verschillende fundatiemissen gelezen en kregen zij een voor eeuwig verzekerde plaats op de lijst van weldoeners. Bovendien zou de familie een eigen “tribune” krijgen met een afzonderlijke toegangsdeur om de kerk te kunnen betreden. Architect N. Molenaar, leerling van de beroemde architect P.J.H. Cuypers, kreeg de opdracht een Kerk, toren en pastorie te ontwerpen en begin mei 1896 kreeg N. Perquin uit Hillegersberg als laagste inschrijver de opdracht om voor 121.900 gulden de kerk te bouwen.

Op 27 september 1897 wijdde de Haarlemse Bisschop C.J.M. Bottemanne de nieuwe (huidige) Bonifatiuskerk in. De kerk heeft in 2007 en 2012 de laatste restauraties ondergaan.

(bron: De H. Bonifatiusparochie, deel 15 uit de “Rijswijkse historische reeks”)

Een diapresentatie van de kruiswegstaties in de Bonifatiuskerk kunt u hier vinden: https://www.youtube.com/watch?v=UAfNF2IRe-I&feature=player_embedded