Nog geen reacties

Ton van Eijk zestig jaar priester

Ik ben de Kerk dankbaar dat ik deze weg heb mogen afleggen

Op 11 juni viert Ton van Eijk zijn zestigjarig priesterjubileum. Kerk aan de Vliet sprak met hem. We blikken terug op zijn leven als priester en als theoloog. Centraal in zijn werk staan de oecumene, de Eucharistie en de Kerk. Van Eijk werd in 1936 geboren, in 1960 werd hij priester gewijd.

Aan het begin van ons gesprek zegt Ton van Eijk: “Ik zal je vertellen dat – als ik nou zo terugkijk op al deze jaren – dat ik al die tijd heb mogen doen wat ik graag heb gedaan. Ik ben de Kerk dankbaar dat ik deze weg heb mogen afleggen.”

“Mijn roeping is helemaal niet spectaculair. Het was op wat ik sociale indicatie noem. We waren een katholiek gezin met drie jongens, mijn vader en moeder waren kerkbetrokken en dan was het niet verbazingwekkend dat er één priester werd. Ik was misdienaar in Onze Lieve Vrouw van Goede Raad in Den Haag. Ik deed het bekende parcours voor wie ‘wereldheer’ (redactie: diocesaan priester) wilde worden: kleinseminarie in Heemstede (redactie: Hageveld) en grootseminarie in Warmond. In 1948 ging ik naar Hageveld. Ik had er mooie cijfers voor klassieke talen. Later opperden de professoren in Warmond: laat die jongen patristiek (redactie: de theologie van de kerkvaders) studeren.”

Na zijn wijding is hij begonnen als kapelaan in Wateringen. Na twee jaar kwam de bisschop in 1962 met de opdracht om de studie voort te zetten in de patristiek. Dit leidde tot zijn promotie in Parijs (1971). Voor die promotie verbleef hij ook voor studie in Heidelberg en twee jaar in Oxford. “Het was de tijd van de ‘nouvelle theologie’, die zich liet inspireren door de kerkvaders. Het vak patristiek was nieuw in die tijd. We gingen terug naar de eerste eeuwen van het christendom. Toen ik in 1968 in Oxford klaar was, was er geen emplooi in dit vak. Ik ben toen teruggegaan naar de zielzorg en ben kapelaan geweest in Warmond en aangesteld voor volwassenencatechese in het dekenaat Bollenstreek. Later ging ik naar Hillegom en daar ben ik nog steeds vaste assistent.”

Het Tweede Vaticaans Concilie
“Dat was een prachtige tijd. Het bewoog in de Kerk, het leefde. De parochies werden geactiveerd, onder andere door gespreksgroepen. Een spannende tijd, echt een mooie tijd. Ik heb dat met meer aandacht gevolgd dan het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout. Ik was bezig met de laatste eindjes van mijn proefschrift en met een groot artikel.”

Terug naar de wetenschap
“Toen kwam het verzoek om in Amsterdam het vak theologische antropologie te doceren. Zo ben ik de systematische (redactie: dogmatische) theologie ingerold. Daar ben ik altijd in gebleven. En door deels toevallige omstandigheden ben ik ook in de oecumene terechtgekomen. Ik heb het niet gezocht. Wel was het seminarie in Warmond een goede leerschool voor de oecumene. Jo Willebrands (redactie: de latere kardinaal) gaf in Warmond het college spiritualiteit. Hij reisde toen al veel voor de zaak van de oecumene en wij vroegen hem dan om verslag ervan. Zo raakten wij al vroeg oecumenisch geïnteresseerd.”

“Ik ben de parochie altijd trouw gebleven voornamelijk door te helpen in de weekendliturgie. Ik deed ook de voorbereiding van jongerenvieringen en had zo contact met jongeren binnen de parochie. Dat vond ik leuk om te doen. De Eucharistie in de parochie is het enige waarin ik mijn priesterschap nog uitoefen en ze is ook voorwerp geworden van mijn theologische arbeid in de laatste tien jaar. Dat kwam door mijn deelname aan een oecumenische studiegroep waarin ik een bijdrage heb geleverd over eucharistische gebeden in de verschillende kerken. Die heb ik later in het boek ‘Het Woord en het Brood’ (redactie: 2010) met elkaar vergeleken.”

Voorgaan in de Eucharistie
“Ik moet bekennen dat ik In de jaren zeventig ook wel dingen heb gedaan die ik nu niet meer zou doen. Het was een tijd waarin de meesten in de liturgie een grotere vrijheid namen. Dat heb ik nooit helemaal afgeleerd. Zo doe ik de gebeden van de offerande altijd hardop en wanneer het in de kerk rustig is, zodat ze hoorbaar zijn. Waarom? Omdat we moeten weten dat het brood en de wijn vruchten van de aarde en gaven van de Schepper zijn. De materie van het brood en van de wijn verbindt ons met de schepping. Het brood van de Eucharistie is ook het brood van de economie en dat laatste is niet gelijk verdeeld. De diaconie heeft haar vertrekpunt in de Eucharistie. Het gaat in de Eucharistie om de gemeenschap met Christus en met elkaar en de verbondenheid met de schepping. En nog iets: we doen nu alsof de geestelijke Communie een apart soort Communie is, maar de bedoeling van iedere sacramentele Communie is de geestelijke Communie: de vereniging met Christus en met elkaar.”

De oecumene
In 1989 werd hij voorzitter van de Sint-Willibrordvereniging (de Katholieke Vereniging voor Oecumene) en vervolgens in 1999 voorzitter van de Raad van Kerken in Nederland. Voor de Voorburgers: ook pastoor Huysmans bekleedde beide functies. “Volgens een van mijn voorgangers ‘de mooiste baan in kerkelijk Nederland’. Je bent geen kerkleider. Je hebt geen nare beslissingen te nemen. Met ter zake deskundigen ga je bij bewindslieden langs die gaan over zaken die ook op de agenda van de Raad staan, zoals vluchtelingen en armoede. Ook wordt de voorzitter van de Raad bij bepaalde officiële gelegenheden uitgenodigd, als de organiserende instantie denkt: ‘er moet toch iemand van de kerken komen en je kunt ze niet allemaal vragen’, zoals bij de nieuwjaarsreceptie van de koningin. Ik vond dat leuk om te doen. Wat wel eens moeilijkheden gaf, is het concept van Kerk. Er zijn geloofsgenootschappen in de Raad vertegenwoordigd die in de ogen van de katholieken onvolledig Kerk zijn.”

Belangrijke thema’s in de oecumenische dialoog zijn het kerkelijk ambt en de Maaltijd des Heren (Eucharistie). Het feit dat wij deel uitmaken van een wereldkerk schept ook een spanningsveld. “Dat betekent ook dat wij in Nederland op dit punt geen eigen koers kunnen varen. De bottleneck waarom wij niet samen de Maaltijd van de Heer kunnen vieren zit in de kerkelijke positie van degene die de Maaltijd voorzit; die moet volgens de katholieke Kerk niet alleen gewijd, maar ook van het mannelijk geslacht zijn. Dat is in een samenleving die moeite heeft met ongelijkheid op grond van gender of geslacht heel moeilijk uit te leggen. De redenering is: Jezus heeft geen vrouwen tot het apostelambt geroepen, en Hij heeft het ook niet gewild. Dat is wel een sprong. Ik heb moeite met die argumentatie.”

De Kerk
“De Kerk als Sacrament is een beeld dat niet zo gepakt heeft na het Concilie. Dat was wel dat van het volk van God. Dat vind ik ook nog steeds een mooi beeld. Daar heb ik ook meer mee gedaan dan met de Kerk als Sacrament. De Kerk deelt in de sacramentaliteit van de openbaring. Dat wat van God tot ons komt, komt altijd in tekens. Het begrip sacrament is breder dan alleen de zeven Sacramenten. Christus zelf is het Sacrament bij uitstek en de Kerk deelt in dat tekenkarakter, zij is een teken van het Rijk van God. Dat is ze niet alleen in de liturgie; dat is ze ook in de diaconie (redactie: caritas). En het hele volk van God deelt in dat tekenkarakter.”

“Wat het Concilie mij ook geleerd heeft: de Kerk blijkt veranderlijk te zijn in de loop van de geschiedenis. Dat is op en na het concilie met name gebleken bij de hervorming van de liturgie. Dingen zijn aan verandering onderhevig, ook de dingen van de godsdienst en met name die van de liturgie; daar hangt vaak een sfeer van verkeerde eeuwigheid om heen. Dat besef van historiciteit hoort bij het onderweg zijn. Daar ben ik mij door het Concilie van bewust geworden.”

Theologie
“Je wordt theoloog, je verdiept je in de theologie vanuit betrokkenheid bij wat er in de Kerk en in de samenleving gebeurt. Je moet rekenschap afleggen van je geloof: in de gemeenschap van gelovigen en tegenover de velen die niet of anders geloven. Dat doe je niet alleen met je hart, maar ook met je verstand. Want  wie gelooft is niet per se dom. Ik stel me ook wel eens de vraag: theoloog, wat geloof je nu zelf? Maar ik ben niet bang voor die vraag.”

“De secularisatie gaat ook de deur van de theoloog niet voorbij. Als ik de situatie waarin de Kerk in ons land en ikzelf zich zestig of zelfs dertig jaar geleden bevonden vergelijk met de huidige, moet ik vaststellen dat het besef tot een minderheid te behoren op mij drukt, ook al wezen de cijfers toen al in de richting die we nu gaan. Ik vraag me af of de geloofszekerheid waarin ik me vroeger koesterde niet ook in de hand werd gewerkt doordat je je als christen in de samenleving en als katholiek onder de christenen in ons land tot een meerderheid behoorde. Dat dat niet meer het geval is, is wel wennen.”

Plaats een reactie

Aanmelden voor een viering in de kerken van RK VlietstreekZie hier.