Nog geen reacties

Mgr. Van den Hende over de Kerk als netwerk van liefde

In het recente beleidsplan van de federatie Vlietstreek wordt gezegd, dat de liefde een centrale rol heeft in de dienende rol van de Kerk, en dat daarover een federatieve bijeenkomst wordt georganiseerd. In deze bijeenkomst, gehouden op zaterdag 9 november in de Benedictus en Bernadettekerk, werd een inleiding gehouden door onze bisschop mgr. J. van den Hende, die hieronder wordt samengevat.

We kunnen bij Jezus leren wat barmhartigheid is. De barmhartige Samaritaan uit de Lucas-parabel geeft werkelijke, persoonlijke vorm aan zijn verantwoordelijkheid; hij loopt niet weg en kijkt niet weg. Maar hoe krijgen wij dat voor elkaar? Mensen kunnen door veel omstandigheden gewond raken: je werk verliezen, van je liefste moeten scheiden, verslaafd raken. Denk, als je iemand tegenkomt die hulp nodig heeft, niet: hij zal het wel aan zichzelf te wijten hebben. Dat is geen alibi om weg te kijken! Laat je raken, zoals Jezus zich liet raken. We mogen voortdurend de dienst van de liefde als een opdracht ter hand nemen. Zoals altijd zijn er ook in onze tijd omstandigheden die dat moeilijk maken. Maar nooit mag het dienstwerk verstommen. Ten tijde van de kerkvervolging in de eerste eeuwen had de Kerk meer dan genoeg met zichzelf te stellen; maar toch trad Laurentius op, met zijn zorg voor de behoeftigen. Ook nu, nu kerken worden gesloten en parochies worden gefuseerd, mag de caritas niet worden verwaarloosd; die hoort bij de roeping als leerling van Jezus.

In zijn encycliek ‘Deus caritas est’ zegt paus Benedictus XVI, dat de Eucharistie pas volledig is als zij geuit wordt in daden van liefde. In actie komen hoort er onverbrekelijk bij; de energie om dat te doen moet gevoed worden, en dat gebeurt in de Eucharistie, waar de liefde van God wordt ervaren. Paus Benedictus zei, dat – zoals de Doop zijn bekroning vindt in de Eucharistie – het geloof zijn bekroning vindt in de liefde. Die liefde mogen we ter hand nemen, hoezeer de omstandigheden binnen en buiten onze Kerk ook veranderen. Drie beelden kunnen ons daarbij steunen.

  1. Jezus’ uitspraak in het Johannesevangelie: “Ik ben de wijnstok; jullie zijn de ranken.” Door onze verbondenheid met Hem zijn wij verbonden met elkaar. Hij voedt ons met zijn liefde.
  2. Paulus’ beeldspraak (in zijn brief aan de Korintiërs en aan de Romeinen), dat de christelijke gemeenschap het lichaam van Christus is. Ieder deel telt mee, want je doet het voor Christus. Vreugde en lijden van het ene deel zijn vreugde en lijden van elk ander deel.
  3. De uitspraak in Paulus’ brief aan de Efeziërs en in de eerste brief van Petrus: “Wij zijn levende stenen, die zich laten invoegen in het éne bouwwerk dat Jezus zelf is.” Vele verschillende gaven worden tot één geheel.

Zo is de kerk een netwerk, dat kracht vindt in Christus. Een netwerk van liefde, waarin de gulden regel ‘bemin God en bemin de naaste’ de grondwet is. Zeiden eerdere pausen, dat het dienstwerk er is ter wille van ‘vriendschap’ of van ‘sociale liefde’, paus Paulus VI nodigde ons uit om Kerk te worden door “een beschaving van liefde op te bouwen”, en wel samen met alle mensen van goede wil. Waar, op welke plek ook, het dienstwerk van liefde wordt verricht, is de héle Kerk aanwezig; zo zijn wij Kerk, samen met de andere parochies en de wereldkerk. Het zijn de gelovigen zelf die het dienstwerk mogen verrichten, en ze hebben de steun van de bisschop.

Weliswaar zijn er grote, wereldomspannende problemen, maar de oplossing begint in het klein: het lenigen van noden om ons heen (Matteüs 25). Zo is ook het recente beleidsplan bescheiden. We willen waarmaken wat daar in staat; en daartoe hebben we kracht nodig: door – naast leren en dienen – ons geloof ook samen te vieren. Dan zijn we een levende, dienende gemeenschap, die ook in onzekere tijden de liefde van Christus vasthoudt. Mensen die dat doen, zijn een gemeenschap naar Gods hart.

Na de inleiding door de bisschop werden twee korte getuigenissen gegeven: door Ellen Sormani over haar inzet in de nabestaanden-bezoekgroep en het werk in het AZC (de Samenlopers) en door Jos van den Broek over zijn inzet in de Interparochiële Caritasinstelling (IPCI) en bij de ‘schuldhulpmaatjes’. Het werk wordt gedaan omdat zij zich daartoe geroepen voelen door Jezus, die altijd met ons gaat. Het gaat om vertrouwen in mensen, om nabij zijn, inlevingsvermogen, om luisteren en ontmoeten.

De boeiende en inspirerende bijeenkomst werd afgesloten met een onderling gesprek tussen de aanwezigen, die in vier groepen verder nadachten over de wijze waarop zij de naastenliefde gestalte geven, de teleurstellingen die zij ervaren en de hoop die hen gaande houdt.

 

 

 

 

 

Plaats een reactie