Nog geen reacties

Afscheid kapelaan Huntjens

Op 28 januari was de laatste viering met kapelaan Huntjens in de HH. Petrus en Pauluskerk. Aansluitend was de afscheidsreceptie.

Hieronder vindt u de foto’s die toen gemaakt zijn.

De livestream van deze viering vindt u hier.

 

 

In Kerk aan de Vliet staat een ingekorte versie van het afscheidsinterview met kapelaan Huntjens. Hieronder vindt u de volledige tekst.

 

 

 

Afscheidsinterview kapelaan Daan Huntjens

Hoe heb je jouw tijd in de federatie Vlietstreek beleefd de afgelopen jaren?
Ik besef nu pas dat er een tijd in de federatie Vlietstreek bestaat, nu ik wegga. Het was een natuurlijke habitat voor mij en ik voelde me als een vis in het water. Een eerste ervaring is meteen een totaalervaring, te vergelijken met een eerste baan. Na mijn stage ben ik hier terecht gekomen en daarna snel gewend. Het hielp ook dat ik hier al woonde, op Vronesteyn, voordat ik benoemd werd, en dat pastoor Bakker mijn rector was geweest op Vronesteyn. Je beseft dan eigenlijk niet dat je benoemd wordt. Het was een mooie plek om relatief vrij van lasten ervaring op te doen als priester, mede omdat de afstanden tussen de kerken niet zo groot zijn.

Wat maakte deze parochiefederatie zo’n fijne plek om te werken?
Het voorstedelijke karakter van de parochies. Ze liggen tegen Den Haag aan en kennen een evenwicht tussen rust en reuring. Het is een homogeen gebied met een atmosfeer die me aanspreekt. Het is een plek waar ik kon voortbouwen op het werk van mijn voorgangers hier, op de basis die zij hebben gelegd. Zoals de kindervertelvieringen die ik een tijd lang heb verzorgd en van Thérèse Beemster heb overgenomen. Er was ook ruimte voor nieuwe dingen, zoals Alpha. Wat ook belangrijk voor me was, was de conferentie in Breda in 2022 over het boek van priester James Mallon ‘Als God renoveert’. Ik heb de nieuwe evangelisatie altijd belangrijk gevonden, maar was in de jaren daarvoor toch in een modus terecht gekomen van ‘ik doe mijn werk gewoon en de Heer zorgt voor de rest’. Tijdens de conferentie werd ik me er meer van bewust dat ik ook als taak had een missionaire priester te zijn. Tuurlijk helpt de Heer mee, maar ik besefte ook dat ik zelf meer kon doen. Een goed initiatief is de openstelling van de Bonifatiuskerk. Dat was meer dan het openen van de deuren, want we wilden ook mensen inzetten die graag bezoekers in contact willen brengen met Jezus. Het staat bezoekers uiteraard vrij om hier wel of niet op in te gaan, en tegelijkertijd is dit kerkbezoek wel een weg naar een ontmoeting met Jezus. Die mogelijkheid wilden we nadrukkelijk wel bieden, bijvoorbeeld in de vorm van parochianen die met je mee willen bidden. Ik ben ook erg blij met het initiatief van Nellie Plaizier om de Alpha verder uit te rollen, zodat parochianen ieder op hun eigen wijze bij kunnen dragen aan het beter leren kennen en uitdragen van Christus.

Hoe zie jij jezelf als missionaire priester?
Het is niet iets dan van nature in me zit. Het is een opdracht van de Heer. Op de conferentie, die twee dagen duurde, was er veel ruimte voor gebed, muziek en het openstellen voor de heilige Geest. Je bent geneigd te denken: moeten we niet meer tijd besteden aan workshops. Tegelijkertijd getuigt het van enorm geloof als je de conferentie op die manier organiseert. Dat heeft me geraakt, op een manier die niet was gebeurd als er bijvoorbeeld vijf extra sprekers waren geweest. Van nature ben ik meer iemand die graag dingen doet waarvan je het concrete resultaat kunt zien. Van het missionaire proces kun je het resultaat niet meteen zien. Ik spreek overigens liever over de missionaire parochie, want dat maakt duidelijk dat het iets van ons als gelovigen gezamenlijk is. Dan is de taak van de parochiepriester vooral om het belang van de evangelisatie duidelijk te maken en de organisatie en structuur op te zetten waarin de parochie missionair kan zijn. Daar is de kerkopstelling in Rijswijk dus een goed voorbeeld van. De conferentie heeft me ertoe aangezet om me ervan bewust te worden hoeveel tijd ik spendeer aan het faciliteren van dergelijke activiteiten en te bekijken wat belangrijk is en wat niet.

Hoe ben je priester geworden?
Ik ben niet met het geloof opgegroeid. Mijn ouders waren wel katholiek, maar deden er niet zoveel aan. Toen ik zeven was en mijn opa overleed, ging ik voor het eerst naar de Mis, ook al wilde ik die ochtend eigenlijk niet naar de kerk, alleen naar de begraafplaats. Toen de priester het Lichaam van Christus omhoog hield wist ik niet wat dat was, maar voelde ik wel dat het bijzonder was. Die avond vroeg ik mijn moeder of we terug konden gaan naar de kerk. Dat heeft mijn moeder ook gedaan en sindsdien zijn we iedere zaterdag naar de kerk gegaan. Ik wilde graag de Communie ontvangen, maar was nog niet gedoopt. Dat is negen maanden later wel gebeurd. Zoals sommige jongetjes gefascineerd kunnen zijn door de brandweer en brandweerman willen worden, zo was ik door de kerk gefascineerd en wilde ik priester worden. Op een korte verflauwing in de puberteit na, ben ik naar de kerk blijven gaan.

Aan het eind van mijn middelbare schooltijd durfde ik niet meteen voor het priesterschap te kiezen, want ik zag toch wel wat beren op de weg. Ik had gesprekken gevoerd met mijn parochiepriester en hij had mij een boek gegeven waarmee ik mij kon oriënteren. Op internet vond ik een oude catechismus, waar ik veel van leerde. In de catechismus las ik ook over de Biecht en inspiratie van de heilige Geest, maar daar zag ik weinig van terug in mijn eigen parochie. Dus ik betwijfelde of deze dingen in werkelijkheid ook voorkwamen en waarom zou ik dan priester worden. Verder twijfelde ik ook over mijn vermogen om diepe gesprekken te voeren met mensen over God, bidden of hun problemen. Het leek hogere wiskunde voor mij en ik had veel respect voor psychologen en goede priesters die dat konden. Tot slot vroeg ik me ook af of het huwelijk niet beter bij me zou passen.

Eerst heb ik dan Duits gestudeerd in Leiden. Tijdens mijn studie ben ik betrokken geraakt bij diverse groepen katholieke jongeren, waaronder de WJD Leiden, die de Wereldjongerendagen in Madrid aan het voorbereiden waren. Zo heb ik veel jongeren in de parochie in Leiden leren kennen. Ik leerde voor het eerst persoonlijk bidden en ontving toen voor het eerst de Biecht. In die tijd kreeg ik een persoonlijkere, sacramentele band met Jezus. Ik begreep toen pas echt hoeveel Hij van mij hield en hoezeer Hij verlangde naar een persoonlijke relatie met mij waarin ik door gebed en gesprek nader tot Hem kan komen. Daarin werd ook de zin van de sacramenten en de Kerk voor mij pas echt duidelijk en kwam opnieuw het verlangen om priester te worden op. Als mijn roeping was geweest om te trouwen, dan had ik overigens dáár gehoor aan gegeven. Het is niet zo dat iedere jongere die serieus met Christus bezig is per definitie priester of religieus moet worden. Voor mij was de roeping er voor het priesterschap.

Ik nam contact op met mijn oude parochiepriester en hervatte de gesprekken. Tijdens deze gesprekken kwam er een zekere helderheid. Na afloop van deze gesprekken voelde ik vaak een opluchting dat ik voelde dat ik deze roeping ook echt had. Met de roeping verschoof de blik dan ook van de uitdagingen en twijfels die ik ervoer naar de Heer. Dan hoef je niet te weten of je alles al kan, deels omdat de Heer daar ook zorg voor draagt. Je blijft wel kijken naar wat je nodig hebt, maar het is niet meer doorslaggevend. Van nature ben ik geen risiconemer en ik weet graag waar ik aan toe ben.

Hoe zag je opleiding op het seminarie eruit?
Ik ben opgeleid op de Tiltenberg, het seminarie van het bisdom Haarlem-Amsterdam, samen met ook enkele andere studenten uit het bisdom Rotterdam. Er was een duidelijke scheiding tussen filosofie en theologie, wat op universiteiten vaak door elkaar gehusseld wordt. De eerste twee jaar heb ik filosofie gevolgd en de laatste vier jaar theologie. Met filosofie kijk je met het natuurlijke verstand naar God en de natuurlijke godsleer, nog los van de openbaring, en leer je ook over logica en natuurfilosofie. In de theologische fase ga je veel dieper de Bijbel in, en leer je veel over kerkgeschiedenis, dogmatiek, moraaltheologie en de liturgie. Na een jaar in deze fase vond de bisschop het een goed idee mij te vragen of ik naar het buitenland wilde gaan. Omdat ik goed Duits spreek, koos ik voor een opleiding in Eichstätt in Beieren. Ik had ook naar Rome kunnen gaan, maar ik spreek geen Italiaans, de colleges daar hebben de reputatie dat je makkelijk je tentamens haalt en ik wilde er zeker van zijn dat ik alles begreep wat ik had geleerd. Ik heb een hele mooie tijd gehad in Eichstätt. Het is een kleine stad waar iedereen elkaar kent en met mooie natuur. Ik vond het lastig om daar weg te gaan, maar het was mijn roeping en eigenlijk ook aantrekkelijker om in Nederland priester te worden. In Nederland kun je meer met mensen praten en zijn mensen meer geneigd om dieper te zoeken in het geloof naar de waarheid. In Beieren is het cultuurkatholicisme sterk en daar wordt veel als vanzelfsprekend aangenomen.

Hoe is jouw stage verlopen en hoe is de stage te vergelijken met jouw werk als kapelaan?
Ik heb stage gelopen in Den Haag, in het andere deel dan waar ik vandaan kom. Het genadevolle van de stage is dat er veel gelegenheid is om te reflecteren en er ook begeleiding is. Om het weekend ging ik nog naar Bovendonk (seminarie in West-Brabant, red.) voor bepaalde vakken en je moest ook verslagen schrijven. En je kiest ook je taken in de stage voor de competenties die je nog wil ontwikkelen. In de stage is alles op jou en je ontwikkeling tot priester gericht. Dat is het verschil met mijn werk als kapelaan. Je blijft wel reflecteren en groeien, maar je werk en taken zijn dan duidelijk afgestemd op wat er nodig is in de parochie.

Wat zijn de hoogtepunten geweest van jouw tijd hier?
De Mis is iedere dag weer een hoogtepunt voor een priester. In de persoonlijke begeleiding van mensen heb ik veel hoogtepunten gevonden, wanneer je getuige bent van een doorbraak of de Heer ziet werken in het leven van mensen. Je krijgt die niet iedere week of maand, maar als ik terugkijk naar vijf jaar werken hier dan heb ik veel van deze pareltjes gevonden, vooral in de Biecht. Het is mooi om de Heer te zien werken in die personen en daar getuige en soms een instrument van Hem te mogen zijn. Ook de Alpha van dit jaar, met zestien mensen, was erg bijzonder. Daar kwamen mooie banden tussen de deelnemers onderling en met God uit.

Wat heb je hier geleerd?
Heel veel. Dat het belangrijk is om mensen met elkaar in contact te brengen en dingen te laten meemaken. Op de vervolgconferentie in Veenendaal hebben Nellie en ik meer parochianen meegenomen dan naar Breda. Uit de contacten tussen parochianen die iets met elkaar meemaken komen mooie initiatieven voort. De parochie is niet voor niets een gemeenschap. Het vereist soms een andere manier van denken, in termen van mensen en ook processen. Ik denk vrij logisch in stappen. Ik doe dit en dan doe ik dat. Soms moet je ook bijeenkomsten beleggen en mensen bij elkaar brengen, zoals diaken Tolsma mij heeft laten zien. Ik heb ook geleerd om een meer realistische visie te ontwikkelen op wat ik kan bereiken. In 2018 dacht ik nog dat als ik tijdens de Kerstnachtmis de preek maar goed genoeg zou doen er van de vierhonderd mensen die normaal niet naar de kerk zouden komen minstens twintig een intensieve bekering zouden doormaken en daarna wel iedere zondag zouden komen. Maar zelfs al zou de preek heel goed zijn, dan mag je al blij zijn als één of twee mensen op de een of andere manier iets meenemen. En dat ze dan niet per se iedere zondag in de kerk zitten, maar eens in de maand. Realistische verwachtingen, zonder de hoop op wonderen en steun van de Heer op te geven. Ik heb wel geleerd dat ik meer kan oplossen dan ik dacht en dat de Heer ook door mij echt kan werken. Tot slot heb ik ook veel geleerd over het leven van de mensen en de moeilijkheden die zij meemaken. En dat je ook kunt loslaten en beseft dat je ook een dienaar bent en niet alleen verantwoordelijk bent om de problemen van mensen op te lossen. Dat er ook nog Iemand anders aan het werk is en dat ook andere mensen in de parochie willen helpen.

Wat ga je het meeste missen?
Ik ga de mensen missen, en het fietsen door Voorburg, Leidschendam en Rijswijk. De mensen die je kent, tegenkomt en waar je een praatje mee maakt of er voor kan zijn. Voordat je dat weer hebt in een nieuwe parochie, ben je wel weer even verder. Wat ik het meeste ga missen is het gemak waarmee je samen kan werken met mensen. Ik ken de mensen hier, waar ze zich mee bezig houden en wat ze weten. Dan weet je ook makkelijk wie je kan vragen voor een bepaalde activiteit of project of kon je mensen met elkaar in contact brengen. Die laatjes in mijn hoofd moeten weer opnieuw gevuld worden.

Wat vind je uitdagend in je werk?
De pastoor doet de meeste vervelende klusjes, dus over het algemeen kom ik weinig moeilijkheden tegen in mijn werk. Soms kost het plannen van uitvaarten mij moeite, omdat die soms lastig in te plannen zijn in mijn agenda. Die agenda is best goed gevuld en dan is het soms passen en meten. Er komt ook veel bij kijken in de voorbereiding, zoals het opstellen van liturgieboekjes. Dat vergt soms werk tot laat in de avond, terwijl ik na een bepaald tijdstip ook (nacht)rust nodig heb. Het kan mooi zijn dat uitvaarten persoonlijker zijn dan vroeger, maar de op maat gemaakte uitvaart heeft ook steeds een eigen voorbereiding en ook een eigen boekje nodig. Omdat het minder gestandaardiseerd is, kost het voorbereiden veel tijd. Uitvaarten doe ik van harte, maar een deel van de voorbereidingstijd zou ik graag elders gebruiken. Wat ook uitdagend kan zijn is dat je het soms niet met mensen eens bent in je werk, en daar horen soms moeilijke gesprekken bij. Volgens mij heeft een pastoor veel meer uitdagingen dan ik als kapelaan, zoals grote beslissingen en gesprekken over kerksluitingen en dat soort dingen. Ik vind het fijn dat we hier een redelijk groot pastoraal team hebben. Toen pater Tom Kouijzer bij ons werkte in de parochie hadden we zelfs de beschikking over drie priesters en daardoor konden we het werk nog makkelijker verdelen. Ook in de rest van mijn tijd hier viel het gelukkig mee met de werkdruk.

Wat gaat de toekomst jou brengen en wat zijn jouw plannen?
In Leiden word ik opnieuw kapelaan, in een gebied met meer kerken dan hier. Dit dan voor de helft van de tijd, want ik heb ook een studieopdracht gekregen van het bisdom. Hierdoor zal ik minder tijd per kerk hebben. Ik zal minder direct betrokken zijn bij wat er concreet op iedere plek gebeurd. De studieopdracht heeft ook examenmomenten, maar kan gelukkig ook grotendeels vanuit de parochie gevolgd worden.

Word je nog voorbereid op een rol als pastoor?
Het aantal parochies neemt af, maar het ligt in de lijn der verwachting dat ik op den duur pastoor zal worden. Toch vind ik het niet erg dat het nog niet zover is, want er komt veel bij kijken. Pastoor Bakker deelt wel veel over zijn pastoorstaken met de rest van het pastoraal team. Laatst ben ik met andere jonge priesters naar een bijeenkomst geweest over jaarrekeningen geweest. Je leert die te lezen en daar de goede vragen over te stellen.

Hoe is het om een relatief jonge priester te zijn?
Ik voel me niet buitengewoon jong. Vanuit het perspectief van iemand die in de kerk zit, zie je veel ouderen. Als priester voelt het anders. Het is de plek waar je je werk doet en dat doe je niet voor jezelf. Verder zijn er best veel jonge priesters. We hebben veel contacten met elkaar en ook bijeenkomsten van jonge priesters.

Plaats een reactie