Geschiedenis

Dat er al vroeg een kerkje in Voorburg was, gewijd aan Sint Maarten, blijkt uit de Blaffert (een aantekenboek) van het bisdom Utrecht uit het jaar 960.

In de loop van de 13e eeuw werd een nieuwe kerk, de huidige Oude of Martinikerk, gebouwd. Dit gebouw moest na de reformatie in 1575 worden afgestaan. De katholieke bijeenkomsten moesten voortaan in het geheim plaatsvinden en de zielzorg werd waargenomen door de paters Jezuïeten uit Den Haag.

Na de vrede van Münster in 1648 werd de tolerantie voor de katholieken beter. Katholieken konden vaste ruimten inrichten voor de eredienst. Als van buiten maar niet te zien was, dat het een kerk was. In 1654 werd de buitenplaats ‘Bijvliet’, op de plaats waar nu kerk en kerkhof ligt, aangekocht en als kerk ingericht. In de loop der eeuwen is deze kerk diverse malen opnieuw gebouwd, maar nog steeds als kerk onzichtbaar vanaf de weg.

Na 1800 en zeker na de nieuwe grondwet van 1848 kan de zichtbaarheid van de kerk groter worden. In 1866 wordt de huidige pastorie gebouwd naast de dan bestaande kerk. In 1890 wordt besloten de huidige kerk te gaan bouwen. Op 24 april 1893 vond de consecratie plaats door de bischop van Haarlem.

Na de tweede wereldoorlog worden in 1946 drie nieuwe klokken aangeboden in plaats van de eerdere klokken die in de oorlog ingeleverd moesten worden. In de 50-tiger jaren van de vorige eeuw worden een votiefraam, een nieuwe doopkapel en de Maria-kapel toegevoegd. Daarna wordt de kerk grondig aangepast aan de moderne liturgie. In 1960 wordt het nieuwe hoofdaltaar geconsacreerd door de bischop van Rotterdam. Een uitgebreide restauratie vind nog plaats van 1990 tot 1993.

Op 1 juni 2002 zijn de drie parochies H. Martinus, O.L. Vrouw ten Hemelopneming en De Goede Herder gefuseerd. Ingaande 1 januari 2008 zijn de drie parochies definitief gefuseerd tot één parochie. De Martinuskerk is na de samenvoeging van de drie Voorburgse parochies na een grondige verbouwing en herinrichting op 15 januari 2012 uiteindelijk de parochiekerk geworden.

Het kerkgebouw

De kerk werd gebouwd vanaf 1891 en geconsacreerd in 1893. De architect was Evert J. Margry. Hij ontwierp een driebeukige kruiskerk in neogotische stijl. Omdat Margry in 1891 overleed werd de kerk afgebouwd door zijn broer Albert Margry.

Het gebouw is een rijksmonument en de beschrijving is:.

Neogotische kruisbasiliek met smaller koor, omgeven door een omgang. Toren met twee rijk geprofileerde nissen in iedere gevel van de klokkenverdieping, bekroond door frontalen en een naaldspits. Mechanisch torenuurwerk, waarschijnlijk B. Eijsbouts, circa 1920, later voorzien van elektrische opwinding.

Het schip heeft schoorbogen. Prismatische bundelpijlers met bakstenen kolonetten en van de lijstkapitelen opgaande geringe schalken.

Het koor heeft gepolijst granieten zuilen met bladkapitelen. Pijlers, bogen en kruisribgewelven zijn als schoonwerk behandeld, de muurvlakken zijn gepleisterd.

Het orgel is gebouwd door Jos H. Vermeulen in 1960. Mogelijk is er materiaal gebruikt van het voormalige Franssen orgel. Men maakt tevens gebruik van een elektronisch orgel, van de firma Content, type D5800.

Toegewijd aan de H. Martinus van Tours.

De H. Martinus van Tours was een uit Hongarije afkomstige Romeinse soldaat. Geboren in Sabária in 316 of 317 als zoon van een Romeins magistraat, nam hij op 15-jarige leeftijd dienst in het Romeinse leger en kwam bij een ruiterij in Gallië. Op een van zijn tochten in Frankrijk zag hij een bedelaar bij de stadspoort zitten. Martinus zag de nood waarin de bedelaar verkeerde, nam zijn zwaard en sneed zijn mantel in tweeën en gaf de helft aan de man. Die nacht in zijn slaap, droomde hij dat Christus bij hem kwam, die de helft van zijn mantel droeg. Deze droom liet Martinus niet meer los. Op 18-jarige leeftijd liet hij zich dopen. Ouder geworden werd hij officier. Maar na enige tijd verliet hij het Romeinse leger en ging naar zijn ouderlijk huis in Pannonië terug. Hij keerde echter later naar Frankrijk terug waar de mensen naar hem luisterden en zijn raad vroegen. Rond het jaar 360 had hij zich gevestigd in Ligugé, ten zuiden van Poitiers, als kluizenaar. In 372 stierf de Bisschop van Tours en werd Martinus zijn opvolger. Martinus bleef zijn werk als missionaris doen. Hij richtte een aantal kloosters op, onder andere het klooster Marmoutiers, waar men zich in stilte kon terugtrekken. Hij stierf 81 jaar oud in het najaar van 397 en werd in Candes in Frankrijk begraven. De gelovigen beschouwden hem als een heilige en zijn sterfdag, 11 november, werd een feestdag. Hij werd beschermheilige van vele gilden en verenigingen, o.a. ruiters-, reizigers-, bedelaars-, herbergiers-, gevangenen- en kleermakersgilde. Dat hij leefde in de tijd van de grote Volksverhuizing hielp misschien wel mee aan de verspreiding van zijn naam en faam. En met de Franken wordt St. Martinus ook in onze streken bekend via de waterwegen en de handelswegen, zodat St. Martinus ook wel de naam “Waterheilige” draagt. Wanneer Willibrord zijn eerste kerk bouwt in Utrecht, wordt deze gewijd aan St.Martinus.

Bronnen:

  • Harms, M.J., 1993, Ik ben niet iemand die wijkt voor de Ouderdom. Verleden en Heden van de Voorburgse St. Martinusparochie, Voorburg, St. Martinusparochie (ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het kerkgebouw)
  • Monumentomschrijving Rijksdienst
  • Wikipedia, Reliwiki